Geschiedenis

De geschiedenis van Doetinchem

De gemeente Doetinchem (ruim 57.000 inwoners) bestaat uit de stad Doetinchem (ca. 44.000 inwoners), en de plaatsen Gaanderen en Wehl, alsmede  de buurtschappen Nieuw-Wehl, Langerak en IJzevoorde. De stad Doetinchem wordt vaak als ‘de hoofdstad van de Achterhoek’ gezien. Maar niet iedereen in de Achterhoek ziet dat zo. Wellicht is ‘centrumgemeente’ een betere typering. In ieder geval heeft Doetinchem een belangrijke regionale functie wat betreft wonen, werken, winkelen en uitgaan. 

Doetinchem werd voor het eerst vermeld in 838 als villa Duetinghem, een nederzetting met een kerk. In de tijd na 838 ontstond de versterkte stad Deutinkem met een kerk die werd geschonken aan de toenmalige bisschop van Utrecht. Andere naamvarianten die in de loop van de tijd gebruikt werden, waren Duttichem, Duichingen, Dotekom en Deutekom.

Rond 1100 begon Doetinchem te groeien. Doetinchem kreeg een stadsmuur tegen plunderaars. Graaf Otto II van Gelre verleende Doetinchem stadsrechten in 1236. De vier slagbomen werden vervangen door vier stadspoorten: de Hamburgerpoort, de Waterpoort, de Gruitpoort (ook wel Grutpoort) en de Hezenpoort. In een later stadium werden er grachten om Doetinchem gegraven.  Doetinchem werd een niet onbeduidende handelsplaats voor boeren die er hun producten op de markt konden verkopen. Deze markt werd gehouden op het Simonsplein en tot aan de Tweede Wereldoorlog bleef deze bestaan. Een grote stadsbrand in 1527 vernietigde alle gegevens van Doetinchem. Over Doetinchem in de Middeleeuwen is hierdoor niet veel meer bekend.

In 1672 is de stadsmuur voor een belangrijk deel afgebroken en na 1850 werden de poorten gesloopt. Doetinchem bleef rustig tot aan de Eerste Wereldoorlog. Grenswachters hielden er de wacht.

Ook de Tweede Wereldoorlog met de Hongerwinter leek Doetinchem goed door te komen. Er was gedurende de oorlogsjaren een kleine Duitse bezettingsmacht gelegerd. Op het eind van de oorlog werden enkele gevangenen geëxecuteerd als represaille voor het doodschieten van een Duitse officier bij Putten door het verzet. 

Vlak voor de bevrijding bombardeerden op 19, 21 en 23 maart geallieerde vliegtuigen het historische centrum van de stad. Daarbij werden 120 gebouwen verwoest en vielen er 143 doden en honderden gewonden.